Dierenkliniek Bladel


 
 

Herkauwers

Herkauwers (onderorde Ruminantia van orde Artiodactyla, evenhoevigen) zijn herbivoren die hun eten nadat het in de maag geweest is nogmaals in de mond kauwen. Ze vormen de grootste onderorde van de evenhoevigen, met zo'n 200 soorten in meer dan 60 geslachten.

Voorbeelden van herkauwers: geit, schaap, rund, gazelle, hert, giraffe en koe.
Runderen worden al heel lang door de mens als huisdieren gehouden. Dat is waarschijnlijk begonnen in wat nu de Sahara-woestijn is. In het 7e millennium v.Chr. heerste daar een veel milder klimaat en kwamen er oerossen voor.

Er zijn door de lange domesticatie vele, vaak streekgebonden, rassen ontstaan. Sommige zijn meer gericht op melkproductie, andere meer op vleesproductie en weer anderen op hun sierwaarde. Sommige zijn oude rassen, waarvan nog maar weinig exemplaren bestaan. Tegenwoordig worden er inspanningen geleverd om deze oude rassen te bewaren. Dat gebeurt deels uit cultuurhistorische overwegingen, deels om de genetische diversiteit te beschermen. Een veel voorkomende kruising tussen een jak en een rund in Mongolië en Tibet is een Dzo, die sterker dan beide is.

Het schaap (Ovis aries) is een evenhoevig zoogdier, dat door de mens is gedomesticeerd om onder andere wol te leveren. Het is een herkauwer, nauw verwant met de geit. De soort behoort tot het geslacht Ovis, waar ook de moeflon en het dikhoornschaap toe behoren. Het mannetje wordt ram genoemd, het vrouwtje is een ooi en het jong een lam. Het schaap werd, net als de geit, voor 7500 v.Chr. gedomesticeerd, en behoort tot de vroegst gedomesticeerde dieren. Vanuit het Midden-Oosten, waar het schaap waarschijnlijk is gedomesticeerd, verspreidde zich over de rest van de wereld. Gewoonlijk trok een schaapherder rond met zijn kudde om overbegrazing te voorkomen. In Nederland en België zal men vanaf ongeveer 5000 voor Christus schapen zijn gaan houden. Het houden van schapen in afgezette weiden werd pas in het laat-middeleeuwse Europa gedaan.